HOME
Badkamer
Balkon
Deuren & ramen
Financiën
Garage & carport
Keuken
Milieu & energie
Openhaard & kachel
Sauna & stoombad
Serre
Slaapkamer
Trap
Tuin
Veilig wonen
Verlichting
Verwarmen & warmwater
Vloeren
Wanden & plafonds
Woninginrichting
Zelf klussen
Zwembad

Adverteren

Australische Bedrijven
Nederlandse Bedrijven
 

WOONNETVerlichtingArmaturen en lampen

Armaturen en lampen

[Armaturen en lampen] [Bediening]

Meestal zijn zowel verlichtingsarmatuur als ook de hierin opgenomen lamp of lampen in belangrijke mate bepalend voor het effect van de verlichting in de ruimten in en om het huis. Voor wat de lampen betreft heeft dat vooral te maken met de kleur van het lamplicht, de kleurweergave-eigenschappen ervan en de hoeveelheid licht die ze geven.

Armaturen in of aan het plafond worden meestal via een aansluitdoor vast op het elektrische net aangesloten. Voor wat betreft de uitvoeringsvorm van armaturen kan onderscheid worden gemaakt tussen armaturen: voor opbouw aan plafond, voor inbouw in plafond, voor halfinbouw in plafond, aan draad en pendels aan plafond, aan de wand, vrijstaand op de vloer, op/aan tafel c.q. bureau, voor plaatsing aan spanningsrail, voor plug-in systemen, inbouw inbouw in de vloer, plaatsing van lichtgeneratoren in combinatie met optische geleidingssystemen, voor speciale toepassingen, bijvoorbeeld voor onderwaterverlichting, medische toepassingen c.q. therapie en voor bevestiging aan speciale ophangsystemen of –structuren.

Lichtgeleiding
Bijzondere mogelijkheden voor decoratieve toepassingen van licht bieden systemen voor geleiding van licht via optische vezels. Hierbij kan ook de intensiteit en/of kleur voortdurend of op elk gewenst moment veranderen. Een dergelijk systeem is opgebouwd uit een zogenaamde lichtgenerator en een of meer lichtgeleidende vezels of bundels die hierop zijn aangesloten. Met behulp van vezels die het licht zijdelings uitstralen kunnen bijvoorbeeld contourlijnen worden gemaakt of decoratieve vormen aan het plafond, aan de wand of in de vloer. Ook kunnen ze worden gebruikt voor subtiele koofverlich ting. Er zijn speciale uitvoeringen in de handel waarbij ook over grotere lengten een zeer gelijkmatige koofverlichting kan worden verkregen. Omdat er geen elektrische spanning op de vezels staat kunnen ze ook in een vochtige omgeving worden gebruikt, bijvoorbeeld als decoratieve rand langs een vijver of zwembad.

Door toepassing van eindlichtkabels kunnen op relatief eenvoudige wijze sterrenhemels worden gemaakt. Voor aanlichting van objecten als aquarellen, schilderijen, etsen, vaatwerk, glaswerk, enz. zijn uiterst kleine optische elementen beschikbaar, die fungeren als spotje. Worden ze voor vitrineverlichting gebruikt, dan is het grote voordeel dat in de vitrine zelf nagenoeg geen warmte vrijkomt. Ook zijn optische elementen beschikbaar voor verlichting onder water, zoals in een fontein, vijver of zwembad. Een groot voordeel van dergelijke systemen is dat maar een lamp nodig is om verlichting op meerdere plaatsen te verzorgen.

Gloeilampen
De gloeidraad van verkoold katoen is al lang vervangen door een wolframdraad, maar het principe is nog steeds onveranderd gebleven. Door een elektrische stroom door de draad te laten lopen wordt de gloeidraad zodanig verhit, dat deze licht geeft. Ongeveer 90% van de aan een standaard gloeilamp toegevoerde elektrische energie wordt omgezet in infrarode straling, dus vooral in warmte. Naast het grote aantal keuzemogelijkheden zijn een aantal andere voordelen die genoemd kunnen worden de relatief lage prijs, het direct branden bij inschakeling en het eenvoudig aan kunnen sluiten op het elektriciteitsnet. Nadelen van gloeilampen zijn de relatief korte levensduur (gemiddeld 1000 uur), het hoge energiegebruik in relatie tot de geleverde hoeveelheid licht en de relatief grote warmteontwikkeling.

Halogeenlampen
Halogeenlamp zijn gloeilampen waarvan een aantal eigenschappen zijn verbeterd door de toevoeging van een halogeen aan het vulgas. Deze toevoeging zorgt ervoor dat de lamp door de zogenaamde halogeencyclus minder snel afzwart en dat de wolfram gloeidraad minder snel doorbrandt. Door de hogere temperatuur van de gloeidraad stralen deze lampen een witter licht uit. Ook is het rendement iets beter dan dat van een gloeilamp. Dit geldt met name voor de halogeenlampen voor laagspanning. Door de hogere tempera- tuur die de lamp te verduren krijgt is de (binnen)ballon van hardglas of kwarts gemaakt. Door toepassing van een speciaal soort kwarts blijft UV-straling uiterst gering, waar-door hiervoor gevoelige materialen minder snel zullen verbleken of verkleuren.

Reflectorhalogeenlampen waren tot voor kort alleen voor laagspanning verkrijgbaar. Om deze toe te kunnen passen aan (beton)plafond of aan spanningsrail is een transformator nodig. Deze vormt lang niet altijd een gewenst extra element aan het plafond. Ze kunnen ook in de armatuur zijn opgenomen, maar maken dat deze een stuk groter moeten zijn dan nodig is voor de lamp zelf. Er ko men echter steeds meer halogeenreflectorlampen beschikbaar die recht-streeks op het net kunnen worden aangesloten. Doordat ze overeenkomstige afmetingen hebben als de laagspanningsuitvoeringen kunnen elegante armaturen worden toegepast zonder transformator(blok). Voor wat betreft de uitvoering kan in grote lijnen onderscheid worden gemaakt tussen reflectorlampen met een aluminiumreflector of -reflectielaag en die met een zoge naamde dichroïde coating, ook wel aangeduid als koud lichtspiegellampen. Bij de uitvoeringen met een aluminiumreflector wordt niet alleen het licht, maar ook de meeste warmte naar voren uitgestraald. Hierdoor zijn ze minder geschikt voor aanstraling van warmtegevoelige objecten en kunnen ze, zeker op korte afstand ook hinderlijk zijn voor mensen. Bij lampen met een dichroïde coating wordt ongeveer tweederde deel van de door de lamp ontwikkelde warmte naar achteren uitgestraald. Hierdoor is dit type lampen minder geschikt voor inbouwarmaturen, waarbij een geringe inbouwdiepte beschikbaar is. Dit kan namelijk gemakkelijk brandgevaar opleveren. Omdat naast het grootste deel van de warmte ook een beetje licht naar achteren wordt uitgestraald kunnen dergelijke lampen als ze vrij in de ruimte zijn aangebracht soms ook een decoratief effect opleveren, maar dit effect is niet altijd gewenst. Een opmerking die nog bij reflectorhalogeenlampen kan worden gemaakt is dat de lichtbundel in het algemeen niet erg egaal is. Dit betreft vooral de randzone van de lichtbundel. Soms levert ook dit een decoratief effect op, maar bijvoorbeeld bij het aanlichten van foto's, tekeningen, schilderijen, enz. is dit lang niet altijd wenselijk.

Voor wat het dimmen van halogeenlampen betreft kan in het algemeen worden opgemerkt dat dit in principe van zo'n 70 % tot 100% van de lichtstroom onbeperkt mogelijk is. Wordt voor langere tijd verder gedimd, dan heeft dit gevolgen voor de eerder genoemde halogeencyclus. Doordat deze dan niet gehandhaafd blijft komen toch gesmolten wolframdeeltjes op de glaswand neer waardoor de lamp op de langere duur minder licht geeft en bovendien eerder dan normaal kapot gaat. Door de lamp ook regelmatig voluit te laten branden wordt dit negatieve effect weer teniet gedaan.

Fluorescentielampen
De uitvinding van de fluorescentielamp in de dertiger jaren betekende een grote sprong voorwaarts in de richting van energie-efficiëntere verlichting. Het systeemrendement van een buisvormige fluorescentielamp is inmiddels ca. 5,5x hoger dan dat van een gloeilamp met een overeenkomstige lichtstroom. Een ander belangrijk voordeel is de veel langere levensduur. Bij de gasontlading in de lamp wordt door middel van fluorescentiepoeders die aan de binnenzijde van de buis zijn aangebracht zichtbaar licht opgewekt. De aard van de fluorescentiepoeders en de samen-stelling ervan is bepalend voor de lichtopbrengst, de kleurweergave- eigenschappen en de kleur van het licht (de kleurtemperatuur). Voor een goede werking van de lamp is altijd een voorschakelapparaat nodig, dat evenals de lamp ook elektrisch vermogen opneemt. Bij toepassing van een conventionele, draadgewonden voorschakelapparaat is tevens een starter nodig om de lamp te kunnen ontsteken. Door toepassing van dimbare elektronische voorschakelapparaten kunnen ze op eenvoudige wijze worden gedimd.

Veel fabrikanten hebben de eigenschappen van gasontladingslampen en met name van fluorescentielampen met betrekking tot de kleurtemperatuur en de kleurweergave- eigenschappen vastgelegd met een (licht)kleurnummer. Deze staat in het algemeen op de lamp en veelal ook op de verpakking aangegeven. Dit kleurnummer is een getal dat tot voor enige tijd terug uit twee en tegenwoordig uit drie cijfers bestaat. Hierbij staat het eerste cijfer voor het eerste cijfer van de kleurweergave-index en de twee laatste op de twee eerste cijfers van de kleurtemperatuur. Zo wordt de lichtkleur van lam-pen met een kleurweergave-index van 80 tot 90, dus met een goede kleurweergave en een kleurtemperatuur van 2700 K overeenkomstig die van gloeilampen, aangeduid met 827. Bij Philips was dit voorheen 82 en bij Osram 41, kleurnummers die nog wel op oudere lampen worden aangetroffen. Voor lampen met een iets wittere licht kleur overeenkomstig die van halogeenlampen is het kleurnummer 830 van toepassing, voorheen bij Philips 83 en bij Osram 31. Indien zeer goede kleurweergave- eigenschappen en een lichtkleur overeenkomstig die van gloeilampen is gewenst, dan moet voor het kleurnummer 927 worden gekozen en in het geval de lampen in combinatie met halogeenlampen worden gebruikt voor kleurnummer 930. Bij spaarlampen wordt meestal geen kleurnummer aangegeven omdat dit, voor zover het geen gekleurde uitvoeringen betreft, standaard 827 is.

Compact
De werking van compacte fluorescentielampen komt overeen met die van de hiervoor beschreven fluorescentielampen. Het verschil is alleen dat met name de lengte in verhouding tot het lampvermogen veel korter is. Ook voor dit type lampen is dus een voorschakelapparaat nodig. Dit kan opgenomen zijn in de armatuur, maar ook zijn geïntegreerd in de lampvoet. In het laatste geval zijn ze voorzien van een schroeflampvoet (E14 of E27), waardoor ze rechtstreeks op het elektriciteitsnet kunnen worden aangesloten. In deze uitvoering worden ze in het algemeen aangeduid als spaarlampen. In veel gevallen kunnen ze een gloeilamp vervangen, waarbij het opgenomen vermogen zo'n 5x lager kan zijn. Dus bijvoorbeeld een gloeilamp van 75W kan om dezelfde hoeveelheid licht te krijgen worden vervangen door een spaarlamp van 15W. De spaarlamp gaat gemakkelijk 6 tot 12x langer mee, een en ander mede afhankelijk van fabrikaat en uitvoering. Bij het vervangen van een gloeilamp voor een spaarlamp moet wel rekening worden gehouden met de afmetingen van de spaarlampen, aangezien lampen met een vermogen groter dan 5W in meer of minder mate langer zijn dan gloeilampen. Als nadeel van spaarlampen kan worden gezien dat ze (tot nu toe) niet dimbaar zijn. Dit geldt overigens niet voor compacte fluorescentielampen in het algemeen. Door toepassing van een dimbaar elektronisch voorschakelapparaat is dit namelijk wel mogelijk. Wel moeten dan lampen met 4 pinnen worden toegepast, in plaats van met 2 zoals deze bij de standaarduitvoeringen voor een conventioneel, draadgewonden voorschakelapparaat vereist zijn.