Transportmiddelen |
||||
Transport is het verplaatsen (transporteren of vervoeren) van iets (bijvoorbeeld een voorwerp (goederenvervoer), een mens (personenvervoer), brandstof (brandstoftransport) of data (datatransport), van de ene plaats naar de andere. Maar ook is er transport van stoffen door het celmembraam van een cel in een dier of plant. Hiervoor kan gebruikgemaakt worden van transportmiddelen zoals een fiets, auto, schip of vliegtuig. In geval van beeld, geluid of data gebeurt dit voornamelijk via kabel of radiogolven. (lees verder onderaan...) |
||||
|
||||
|
||||
Het woord transport is samengesteld uit het Latijnse trans dat over betekent, en portare, wat dragen betekent. Er moet ook gewezen worden op de link tussen "trans" (doorheen) en "porta" (poort), waardoor het begrip zeehaven ("seaport") een duidelijke betekenis krijgt als "zeepoort". Transport bijgevolg kan dus evengoed begrepen worden in de zin dat goederen, personen en data met behulp van dragers EN doorheen interfaces (knooppunten, poorten)hun finale bestemming bereiken. Zoals uit bovenstaande blijkt kan de wereld van transport losweg in drie delen worden ingedeeld, namelijk de infrastructuur inclusief niet te vergeten de overslagfaciliteit (stations, havens, ...), voertuigen of transportmiddelen, en verplaatsen. Hierbij maken de voertuigen of transportmiddelen gebruik van de infrastructuuur om goederen van vertrekpunt naar bestemming te brengen. Bij fysiek vervoer is de infrastructuur het aandachtsgebied van de planologie, in de informatica van het technisch beheer (model Looijen). Het verplaatsen is het studieobject van de Transport en Logistiek of Operations research, het opslaan van de bedrijfslogistiek. |
||||